Landschapsbeheer Flevoland

Ooievaar

Locatie
Erf, bedrijventerrein.

Soortbeschrijving
In vele culturen wordt de Ooievaar gezien als brenger van geluk en nieuw leven. Iedereen kent deze kleurrijke vogel, hoewel hij beter bekend is uit het straatbeeld van huizen waar een baby geboren is dan als wild exemplaar.

Aan het begin van de vorige eeuw was de Ooievaar een bekende broedvogel in ons land. We hadden zo'n 500 broedparen van zelfstandige, 's winters wegtrekkende Ooievaars. Dat aantal kelderde vervolgens heel hard en een fokprogramma werd in het leven geroepen om de soort te behouden. Het programma wierp zijn vruchten af en inmiddels is hebben we weer evenveel paren als een eeuw geleden. Voor voedsel leunt een deel van de populatie nog op bijvoederen vanuit de oude ooievaarstations.

Langzamerhand begint de Ooievaar ook Flevoland te veroveren. De polder vormt een goede leefomgeving met volop open boerenland om voedsel te vinden. Voor nestgelegenheid kan de Ooievaar hier nog wel een steuntje in de rug gebruiken. Met een nestpaal op uw erf maakt u kans om deze prachtige vogel vanuit uw raam te kunnen volgen.

Weetjes
(foto: Rob Verhoeven)

Weetjes

  • Ooievaars hebben een spanwijdte van ongeveer 160 cm en worden gemiddeld 13 jaar maar er zijn er zelfs geweest die de 30 haalden!
  • Ooievaars eten slakken, muizen, mollen, regenwormen en insecten, soms ook kikkers, vis en jonge vogels. Ze zoeken hun voedsel voornamelijk in (drassige) agrarische gebieden 
  • Ongeveer de helft van de Nederlandse populatie trekt in september via Spanje naar Afrika. In maart komen ze terug. De andere helft vertoont (nog) geen natuurlijk trekgedrag en blijft ook 's winters in het land. De meeste Oost-Europese ooievaars trekken via Turkije en Israel 
  • Van nature broeden ooievaars in bomen in vochtige gebieden, maar ze zijn al heel lang bekend als broedvogels in de omgeving van mensen 
  • Wereldwijd zijn er 18 ooievaarssoorten. De enige andere soort die in Nederland gezien wordt is de zwarte ooievaar, die in zeer kleine aantallen over ons land doortrekt 
  • Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is aan de buitenkant niet te zien 
  • Ooievaars zijn trouwer aan hun nestplaats dan aan hun partner 
  • Gemiddeld worden 3-5 eieren gelegd. De broedtijd is 33 dagen 
  • Jonge ooievaars houden zich dood als het nest benaderd wordt

Wat u kunt doen voor de ooievaar

  • Maai slootkanten bij voorkeur laat in het jaar. Ruige slootkanten en grazige overhoeken bieden veel voedsel 
  • Zorg voor open water van goede kwaliteit. Voorkom dat er mest in de sloot komt 
  • Voer “uw” ooievaars niet bij. Als ze niet afhankelijk worden is de kans groter dat ze hun natuurlijke trek gaan vertonen 
  • Plaats een kunstnest. Hier zijn verschillende mogelijkheden voor. Een paal of afgetopte stevige boom met een 'wiel' erop is heel geschikt, maar ook een nest op balken op het dak van een schuur. In de handel zijn ook kunstnesten verkrijgbaar. Weest u zich er ervan bewust dat ooievaars ook jonge weidevogels eten! 
  • Controleer het kunstnest elk voorjaar of de bevestiging nog in orde is en of er geen water in het nest staat. Breng eventueel wat verse wilgentenen aan

Overige informatiebronnen

Links

Boekentips

  • Hayman, P., D. Jonkers & P. van Zalinge, 1983 - Ooievaars in Nederland. Grasduinen, Oberon - Haarlem. ISBN 90-320-0655X (alleen nog 2e-hands verkijgbaar)