Landschapsbeheer Flevoland

Ringslang

Locatie
Grote tuin of erf

Soortbeschrijving
De ringslang dankt haar naam aan de twee duidelijke gele en zwarte vlekken achter de kop, waardoor het lijkt dat de slang een ring heeft. Een ander kenmerk van dit prachtige beest is de ronde pupil.

Het is de grootste slang van Nederland. Ze kunnen een lengte van 1 meter 40 bereiken. Meestal zijn ze echter een stuk kleiner, vooral de mannetjes. Ze zijn niet giftig en bijten niet. Hun verdediging bestaat uit sissen, kronkelen en het afscheiden van een zeer onaangename geur als ze worden opgepakt.

Weetjes

  • Voor het afzetten van hun 10-30 eieren maken de slangen gebruik van hopen organisch materiaal zoals blad-, maaisel-, compost- en mesthopen. Door de warmte in de hoop worden de eieren uitgebroed. Dit duurt 2 à 3 maanden, afhankelijk van de temperatuur.
  • Broeihopen worden ook gebruikt om lekker op te liggen om op te warmen
  • Ringslangen overwinteren op land in goed geïsoleerde schuilplaatsen zoals composthopen en onder boomstronken
  • Het zijn waterslangen, die vaak in de buurt van water voorkomen. Het menu bestaat uit kikkers, padden en visjes. In het wild kunnen Ringslangen ongeveer 30 jaar worden.
Wat u kunt doen voor de ringslang

Wat u kunt doen voor de ringslang

  • Heeft u een grote tuin, dan is er wellicht ruimte om een broeihoop aan te leggen
  • Laat composthopen, bladhopen, slootbagger, maaiselhopen in het leefgebied van ringslangen van juni tot oktober met rust, omdat hier hun eieren in kunnen zitten
  • Ringslangen profiteren ook van de aanleg van poelen omdat amfibieën hun belangrijkste voedsel vormen
Wat is een broeihoop?

Wat is een broeihoop?

Een broeihoop is een 1,5 x 1,5 x 2 meter grote hoop organisch materiaal die vrij gelijkmatig composteert en die voor Ringslangen toegankelijk is via openingen en gangen in het composterend materiaal. In het algemeen geldt hoe groter hoe beter. Bedenk wel dat grote hopen moeilijk controleerbaar zijn op uitgekomen eieren.

Materiaal
Allerlei (gebiedseigen) organisch materiaal is geschikt. Veel gebruikt zijn: gras, riet, takken, bladeren, slootbagger en paardenmest. Gezocht moet worden naar een mix van materiaal dat snel composteert (zoals vers gemaaid gras) en materiaal dat slecht composteert (zoals hout). Indien veel vers gras beschikbaar is dan ook veel takken en hout gebruiken. Dit geeft luchtigheid aan de hoop en vertraagt compostering. Indien alleen oud riet beschikbaar is dan heel weinig hout gebruiken (alleen om zeker te weten dat de slangen via openingen nabij deze takken in de hoop kunnen komen.

Vorm
Bij het maken van een broeihoop zal snel de vorm van een hoop ontstaan. Het is zinvol om bij de voltooiing van de broeihoop de hoop af te platten en bij het gebruik van riet zelfs komvormig te maken. Dit zorgt ervoor dat regenwater niet langs de broeihoop stroomt maar erdoorheen. Riethopen blijven vaak lang erg droog en composteren daardoor te langzaam.

Wanneer aanleggen
Een nieuwe broeihoop moet tussen 1 augustus en 1 mei worden aangelegd. Buiten deze periode bestaat de kans dat de Ringslangen eieren leggen in een broeihoop die nog geen constante temperatuur heeft.

Vaak zal de temperatuur van een broeihoop de eerste weken na aanleg sterk stijgen (60 °C) waarna de temperatuur zakt tot zo'n 20-25 °C. Eiafzetting in de periode dat de temperatuur niet gestabiliseerd is, zal leiden tot de verkeerde eiafzetplaats-keuze. Dat betekent dus dat de eieren na enkele weken eigenlijk op een te koude locatie in de broeihoop liggen; de eieren komen dan niet uit.

De praktijk leert dat een broeihoop makkelijker in het najaar aan te leggen. Het is dan eenvoudiger om aan organisch materiaal (gras, riet, blad) te komen dan in het voorjaar. Vooral omdat zelden voor half mei gemaaid wordt.

Waar
Kies een zonnige plek zodat de hoop goed warm kan worden. Verder is het belangrijk dat er beschutting in de omgeving is, zoals hagen. Leg de plaats niet dicht bij een weg zodat er geen onnodige verkeersslachtoffers vallen. Verder moet het er rustig zijn, want Ringslangen zijn vrij schuw. Rond broeihopen mag in een zone van 2-5 meter niet worden gemaaid.

Onderhoud
Na 1-2 jaar verliest de hoop de broeiende werking. Leg een nieuwe hoop aan in de buurt van de oude, want Ringslangen keren vaak terug naar hetzelfde gebied voor de eiafzet. Het door elkaar mixen van het oude en nieuwe materiaal is gunstig voor een broeihoop. De juiste bacteriën worden zo verspreid in de broeihoop, maar ook de juiste vochtigheid van de broeihoop is met het oude materiaal vaak makkelijker te realiseren. Zo kan een laag nieuw materiaal bedekt worden met een laag oud materiaal en vervolgens weer voorzien worden van een nieuwe laag. Doe dit onderhoud tussen 15 oktober en 1 mei.

Controle
Gelijktijdig met het benodigde beheer van de broeihoop kan gezocht worden naar oude eischalen. Dit geeft een indicatie over het functioneren van de oude broei- hoop.

De crèmewitte tot bruinige eischalen zijn iets groter dan een olijf. Meestal liggen ze in clusters van 5-30 eieren aaneengeplakt. Een vrouwtje ringslang legt tussen de 8-30 eieren (afhankelijk leeftijd).

Niet altijd worden alle eieren in een keer gelegd, en ze kan ook de eieren bij een ander cluster leggen. Het aantal clusters is daarom geen bruikbare indicatie voor het aantal vrouwtjes die in de broeihoop zijn geweest. Om een minimum aantal vrouwtjes te hebben wordt het aantal gevonden eieren gedeeld door 30.

Het aantal eieren in een broeihoop varieert sterk en zal afhangen van de geschikt- heid van de broeihoop, de dichtheid slangen en het aantal geschikte broeihopen in een bepaalde omgeving. In Flevoland is ooit een broeihoop met 1887 eieren gevonden.

eieren van de ringslang

Succesvolle eieren?
Aan de eischalen kun je zien of de jonge slangen succesvol het ei hebben verlaten. De eischaal vertoont dan sneetjes van de eitand van de jonge slang. Soms een sneetje maar vaak ook 2-3 sneetjes die bij elkaar liggen. Eieren die te koud hebben gelegen zijn vaak 'verkaast'; het ei zit nog vol en voelt aan alsof het gevuld is met stopverf. Beschadiging door muizen is vaak herkenbaar aan de rafelige gaten in de eieren. Het is echter niet altijd duidelijk of het knagen van de muizen voor of na het uitkomen van de eieren heeft plaatsgevonden.

Overige informatiebronnen

Links

Boekentips

  • van Stumpel, T. & H. Strijbosch, 2006 - Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. ISBN 90-5011-168-8