Landschapsbeheer Flevoland

Rugstreeppad

Locatie
grote tuin, erf.

Soortbeschrijving
De Rugstreeppad is een vrij kleine pad met een duidelijk wrattige rug met in het midden een helder witgele streep. Aan deze streep dankt het dier zijn naam.

Het amfibie heeft voorkeur voor schaars begroeide gebieden, zoals die ook te vinden zijn op bouwplaatsen, industriegebieden en opgespoten terreinen. Daarom komt dit beschermde dier helaas vaak negatief in het nieuws als stillegger van bouwprojecten.

Maar wie zich in de rugstreeppad verdiept, ontdekt al snel een boeiend dier. Het is een hele eer dat Nederland een belangrijke plaats inneemt voor de verspreiding van deze bedreigde soort.

Weetjes

  • De rugstreeppad komt pas in de tweede helft van april uit zijn winterslaap
  • Mannetjes verzamelen zich in de voortplantingswateren, waar ze gezamenlijk, met hun kwaakblaas net boven het water uitstekend, in koor proberen vrouwtjes te lokken. Dit speelt zich af in nachtelijke uren tussen eind mei en half juni. Het geluid lijkt op het raspen met een nagel tegen een kammetje, maar dan flink versterkt. Het kan ver dragen
  • Eieren worden tussen waterplanten of op de waterbodem gelegd. Na enkele weken komen de larven uit en voeden zich met algen. Tot half juli kunnen deze larven gevonden worden. Door de voorkeur voor ondiepe voortplantingswateren is de kans groot dat de poel al in de larvenfase opdroogt. De larven hebben hiervoor een speciale aanpassing in huis: de groei versnelt als het water opwarmt (ondieper wordt)
  • Jonge padjes blijven dicht bij de rand van de poel. Zij zijn in tegenstelling tot de volwassen dieren dagactief
  • Na de voortplanting zijn de volwassen dieren graag in de buurt van losgewoeld zand: akkers e.d. Hier jagen de rugstreeppadden op ongewervelden, zoals mieren, torren en wormen
Wat u kunt doen voor de rugstreeppad

Wat u kunt doen voor de rugstreeppad

U kunt de Rugstreeppad met een paar eenvoudige maatregelen een grote dienst bewijzen en op mooie zomeravonden genieten van zijn dragende, rollende roep in uw eigen tuin of erf:

  • Voor de voortplanting heeft de Rugstreeppad een ondiep water nodig met weinig waterplanten en een schaars begroeide oever. Dit kan een permanente poel of vijver zijn, maar ook een tijdelijk water dat eventueel aan het eind van de zomer droogvalt. De oever mag niet te steil of glad zijn, zodat de padden er makkelijk in en uit kunnen komen. Ook mogen er geen vissen in het water voorkomen, want die eten veel eieren en larven op 
  • Voor de overwintering graaft de Rugstreeppad zich in in mul zand of hij kruipt tussen losse stenen. Een stuk rotstuin of een stapel met losse stenen of dakpannen is bijvoorbeeld geschikt, zeker als daaronder een laag zand ligt
  • Zorg er ook voor dat de perceelscheiding passeerbaar is. Er moeten in hekwerken kleine doorgangen van minimaal 5x5 cm aanwezig zijn

Overige informatiebronnen

Links

Boekentips

  • van Rijsewijk, A., 2006 - Een Rugstreeppad in de polder. Stichting RAVON, Wijchen. ISBN 90-803430-7-2
  • van Diepenbeek, A. & R. Cremers, 2006 - Herkenning amfibieën en reptielen. Stichting RAVON, Wijchen. ISBN 90-803430-3-0
  • van Stumpel, T. & H. Strijbosch, 2006 - Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. ISBN 90-5011-168-8