Landschapsbeheer Flevoland

Vleermuizen

Locatie
(grote) tuin of erf.

Soortbeschrijving
Vleermuizen leiden een relatief verborgen leven, dat zich grotendeels buiten onze waarneming voltrekt. 's Winters houden vleermuizen een winterslaap en zien we ze helemaal niet. Als de temperatuur hoog genoeg is beginnen ze aan hun actieve periode.

In de schemering zien we ze nog wel eens fladderen rond het licht van een lantaarnpaal, op zoek naar insecten. Overdag slapen ze in donkere ruimten. Dat kunnen boomholtes zijn, maar ook spouwmuren of holtes achter dakpannen. Welk type holte benut wordt hangt af van de voorkeur van de soort vleermuis. Zelf kunnen ze niet knagen om zo een ruimte te maken. Ze zijn afhankelijk van bestaande holten.

In Flevoland zijn nog relatief weinig geschikte boomholtes aanwezig. Bovendien ondervinden vleer- muizen in het broedseizoen concurrentie van andere "holbewoners", zoals mezen en holenduiven. De moderne bebouwing in de polder is vaak ook goed geïsoleerd, waardoor er minder verblijfsmogelijk- heden zijn. Maar met een aantal maatregelen kunnen deze nuttige en boeiende dieren een handje geholpen worden.

Weetjes

  • Van de 19 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen, komen er 9 voor in Flevoland
  • In de zomerperiode kun je de vleermuizen indelen in twee groepen:
    • soorten die in holtes van bomen hangen
    • soorten die in gebouwen zitten (in spouwmuur, onder dakpannen of op kerkzolders)
  • Onderstaande tabel geeft aan hoe de Flevolandse soorten in de zomerperiode te splitsen zijn:
Meer weetjes

Meer weetjes

  • Vleermuizen gebruiken echolocatie (sonar) om zich te oriënteren en hun  prooien te vinden. Ze versturen een, voor mensen onhoorbaar, geluidssignaal en weten door de wijze waarop de echo terugkomt hoe de wereld in elkaar zit
  • Het voedsel bestaat uit kleine insecten (en dus niet uit bloed). In Nederland komen geen vampiervleermuizen voor 
  • Vleermuizen vallen nooit aan en bijten alleen uit zelfverdediging als ze worden vastgepakt 
  • Hondsdolheid komt heel zelden voor bij vleermuizen. Twee soorten (de laatvlieger en de meervleermuis) kunnen hiermee besmet zijn, maar de kans is zeer klein
  • De parasieten van vleermuizen kunnen niet worden overgedragen op mensen of huisdieren
  • Meer informatie over vleermuizen in en om het huis kunt u lezen in deze folder

Wat u kunt doen voor vleermuizen

Hang vleermuiskasten op!

Er gelden voor het ophangen van vleermuiskasten enkele vuistregels:

  • hang de kast op minimaal 3 meter hoogte
  • plaats de kast in een omgeving met veel bomen
  • plaats de kast dichtbij water of bomenlanen
  • plaats de kast met de opening naar het zuiden, oosten of westen
  • hang meerdere kasten in elkaars directe omgeving op
  • zorg ervoor dat de vleermuizen een vrije aanvliegroute hebben op de invliegopening

De kans dat er vleermuizen in de kast komen is klein en hangt voor een belangrijk deel af van de plaats waar de kast hangt. Geef de moed echter niet te snel op.

Als er na 5 jaar nog steeds geen vleermuizen in een kast gezeten hebben, hang de kast dan op een andere plaats.

Heeft u veel ruimte dan kunt u een winterverblijf aanleggen. Omdat de realisatie hiervan sterk afhankelijk is van de lokale omstandigheden (ruimte, beschikbaar materiaal) is geen eenduidig bouwplan te geven. Landschapsbeheer Flevoland geeft u graag advies.

Bouw vleermuisvriendelijk!

Rekening houden met vleermuizen en ze de ruimte geven binnen de woonomgeving kan op veel manieren. Het voert te ver om hier overal op in te gaan. Voor wie met (bouw)werkzaamheden te maken heeft is er informatie gebundeld in de folder vleermuisvriendelijk bouwen.

Vleermuizen in uw kast? Graag melden!

Vleermuizen in uw kast? Graag melden!

Landschapsbeheer Flevoland hoort het graag als er vleermuizen in uw kast hebben gezeten. Deze gegevens kunnen namelijk bijdragen aan een betere bescherming van deze diergroep in Flevoland.

De gegevens geven we ook door aan de Vleermuiswerkgroep van de Vereniging van Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ).

Overige informatiebronnen

Overige informatiebronnen

Links

Boekentips

  • Kapteyn, K., 1995. - Vleermuizen in het Landschap: over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Nozos, Noordhollands Landschap, Provincie Noord-Holland. ISBN 90-6097-392-5.
  • Lefevre, A, 2000. - Vleermuizen, een kriebelboek. Mozaiek. ISBN 90-6822-777-7 (voor kinderen vanaf 11 jaar).
  • Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers, 1997. - Atlas van de Nederlandse vleermuizen. KNNV Uitgeverij. ISBN 90-5011-091-6 (verspreidingsatlas voor alle Nederlandse vleermuizen).
  • Schober, W. & E. Grimmberger (vertaling P. Lina), 2001 - Gids van de vleermuizen van Europa, Azoren en Canarische Eilanden. Tirion. ISBN 90-5210-361-5 (Herkenningsgids voor de vleermuizen van Europa).
  • Voute, A.M. & C. Smeenk, 1991 - Vleermuizen. Waanders Uitgeverij. ISBN 90-6630-268-2 (voor iedereen toegankelijk, rijkelijk geïllustreerd).