Landschapsbeheer Flevoland

 

Sinusmaaibeheer: goed voor vlinders en bijen!

Slingerende maaibeheer: goed voor vlinders en bijen!

Het prachtige idee van een slingerend maaibeheer is bedacht door Jurgen Couckuyt. Dit slingerend maaibeheer ziet er speels uit en gaat als volgt: Je neemt een terrein en in dat terrein teken je een vlek. De buitenkant van die vlek ga je maaien als een pad. Maai de volgende keer juist alles binnen dat pad. Dan heb je al drie verschillende vegetatiehoogtes. De vlinders vliegen langs de randen van het pad en leggen daar hun eitjes, de rupsen worden groot en kunnen in de buitenste hoge begroeiing eten. Vervolgens teken je in gedachten een nieuwe vlek, maai je een nieuw pad en daarna weer het binnen oppervlak. En dat een aantal jaren achter elkaar.  

Sinusbeheer
Geïnspireerd door bovenstaande gedachte is het sinusbeheer ontstaan. Sinusbeheer is een alternatieve manier van gefaseerd maaien, waarbij vrijheid en flexibiliteit sleutelwoorden zijn. In het kort komt sinusbeheer erop neer dat je als beheerder zelf bepaalt waar, wanneer en hoe vaak je maait, mits er bij elke maaibeurt maar ca. 40% van de oppervlakte blijft staan. Door elke keer in wisselende patronen (sinussen) te maaien ontstaat er een maximum aan variatie, met delen die jaarrond of zelfs meerdere jaren overstaan tot en met delen die tot drie of zelfs vier keer toe per seizoen worden gemaaid. Zo is er op elk moment van het jaar voor elk wat wils.

Insectenvriendelijk graslandbeheer
Wilde bijen leggen geen grote afstanden af. Slechts 100 à 500 meter tussen nest en voedselbron. Wanneer een terrein 2x per jaar helemaal kaal gemaaid wordt, is dat de doodsteek voor veel insecten, die zo van hun voedsel worden beroofd. Voor hen is het juist van belang dat er zo lang mogelijk in het jaar voedsel aanwezig is.

Voor de planten is vooral het tijdstip van maaien van belang. Het is altijd lastig om te bepalen welk moment voor het uitzaaien van planten het meest geschikt is. Bloeiende planten van voor- tot najaar leveren nectar en stuifmeel. Maar voedsel alleen is niet voldoende. Insecten moeten zich kunnen voortplanten en de winter door kunnen komen. Daarvoor is variatie nodig. Plekken die niet jaarlijks worden gemaaid. Sinusbeheer maakt dat het maaimoment veel variabeler kan zijn, planten krijgen meerdere kansen om opnieuw te bloeien of zaad te vormen. De aanwezige dieren kunnen naar de begroeiing oversteken die is blijven staan.

Voor de biodiversiteit is sinusbeheer een aanwinst, de vlinder- en bijenpopulatie kan uitdijen. Deze vorm van aangepast maaibeheer geeft ten opzicht van de oude methode minder tijdsdruk en omdat een deel van de vegetatie in elke maaibeurt blijft staan, is er minder arbeid en zijn er minder kosten mee gemoeid. Het vraagt wel om een goede coördinatie en geïnformeerde, betrokken maaiers, die zelf aan de begroeiing kunnen beoordelen en inschatten waar wel of geen maaibeurt nodig is.