Landschapsbeheer Flevoland

 

Sinusmaaibeheer: goed voor vlinders en bijen!

Slingerend maaibeheer: goed voor vlinders en bijen!

In het kort komt sinusbeheer erop neer dat je als beheerder zelf bepaalt waar, wanneer en hoe vaak je maait, als er bij elke maaibeurt maar minimaal ca. 40% van het gewas blijft staan. Door elke keer in wisselende patronen (sinussen) te maaien, ontstaat er een maximum aan variatie, met delen die jaarrond of zelfs meerdere jaren overstaan t/m delen die 3-4 keer per seizoen worden gemaaid. Zo blijven er op elk moment van het jaar stukken met bloeiende planten staan, waar solitaire bijen en andere insecten nectar en stuifmeel kunnen verzamelen.

Wilde bijen
Nederland telt ongeveer 350 verschillende soorten wilde bijen. Elke soort stelt z’n eigen eisen aan de omgeving. Voor bijzondere soorten moeten soms lokaal bijzondere maatregelen worden genomen om die soort daar in stand te houden.

Voor alle soorten solitaire bijen geldt dat ze maar een beperkt vliegbereik hebben variërend van enkele tientallen meters voor sommige soorten tot bijna 1 km voor de betere vliegers. Dit houdt in dat nestgelegenheid en voedselaanbod in de vorm van nectar en stuifmeel van vroeg in het  voorjaar tot in de late herfst op betrekkelijk korte afstand van elkaar in voldoende mate aanwezig moeten zijn. Bodemgesteldheid, landschapsstructuur, voedselaanbod en nestgelegenheid bepalen voor een groot deel waar wilde bijen zich kunnen vestigen en handhaven.

Enkele soorten bijen zijn van afhankelijk van één of enkele soorten planten. Nestplaatskeuze is ook zeer divers. Sommige soorten graven hun eigen type gang in de grond. Andere maken gebruik van holle plantenstengels, oude gangetjes in hout van boktorren of knagen zelf een holte uit in vermolmd hout.

De grote verscheidenheid aan soorten, ieder met hun specifieke gedrag, vraagt om een structuurrijke omgeving met kleinschalig beheer. Het gebruikelijke ecologische maaibeheer van 2 x per jaar maaien en afvoeren van het gewas komt onvoldoende tegemoet aan de eisen die solitaire bijen aan hun omgeving stellen. Alle bloeiende planten worden op dat moment in één keer verwijderd en in de voor bijen ‘wijde’ omgeving  valt geen stuifmeel of nectar meer te vinden. Dit kan funest zijn voor de soorten die op dat moment met de zorg voor hun nageslacht bezig zijn.

Micro-klimaat

Sinusmaaibeheer voorziet perfect in de behoeften van solitaire bijen. Door de bochten krijg je overal verschillende micro-klimaatjes: windluwe plekjes, vochtiger of drogere stukjes en koelere of warmere plekken waar iedere soort zijn beste plekje kan vinden, op ieder moment van de dag en het jaar.  Andere insectengroepen als vlinders, zweefvliegen en kevers, die voor hun voedselvoorziening ook zijn aangewezen op nectar en stuifmeel, profiteren volop mee van deze eenvoudig uit te voeren wijze van maaibeheer.

Slingerend maaibeheer in de praktijk

Sinusmaaibeheer zou je ook slingerend maaibeheer kunnen noemen. Het prachtige idee van een slingerend maaibeheer komt van Jurgen Couckuyt. Dit slingerend maaibeheer ziet er speels uit en gaat als volgt:

·         Je neemt een terrein en in dat terrein teken je een vlek. De buitenkant van die vlek ga je maaien als een pad.

·         Maai de volgende keer juist alles binnen dat pad. Dan heb je al drie verschillende vegetatiehoogtes.

·         Vervolgens teken je in gedachten een nieuwe vlek, maai je een nieuw pad en daarna weer het binnen oppervlak. En dat jaren achter elkaar.